Brief(-jes) van Jeanette Pach-Broekman aan haar echtgenoot vanuit de trein gegooid
- Locatie
- Periode
Van: Pach-Broekman, Jeanette
Aan: Buurman-Pach, Cor en Henny en Pach, Jacques
Plaats: Westerbork, kamp
Datum: 1944-02-07/08
Onderwerp: het is maandag, alles wijst erop dat de schrijfster de volgende dag moet vertrekken; ze hoopt dat mensen die nu nog vrij rondlopen, nooit in kamp Westerbork hoeven te komen, het is er zo vies en mies; ze blijft hoopvol en optimistisch; ze moet zonder kleren en dekens weg; ze is bang dat haar zuster Henny (nog thuis en gemengd-gehuwd) zal instorten; ze zit in het kamp met Liesje Kops en haar familie; ze zit in de strafbarak; ‘stuur geld naar het Rode Kruis, wat deze mensen doen om onze ellende op de reis te veraangenamen is met geen pen te beschrijven’…
Aan haar echtgenoot Jacques richt ze zich nog apart; in een hobbelige trein kan ik haast niet schrijven, Wanhoop niet, ik ga ze met geverfde lippen tegemoet…blijf flink, dan ben ik sterk'
De briefjes werden in een enveloppe uit de trein gegooid en door een spoorwegarbeider op de post gedaan.











