
- Geboren
- 14 oktober 1926, Den Haag
- Overleden
- 26 februari 1945, Ellrich
- Wat we weten
- Sinti & Roma, Vervolgingsslachtoffer
Het verhaal van August Grünholz
De Sinto August Grünholz werd in mei 1944 vanuit kamp Westerbork naar het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau weggevoerd. Hij zou de Tweede Wereldoorlog niet overleven.
Onthulling plaquette
Op 26 januari 2020 werd in Den Bosch een plaquette onthuld met de namen van 13 vermoorde Sinti en Roma uit Den Bosch. Het monument bevindt zich aan de Oranje Nassaulaan vlakbij het station. Van de 13 namen zijn er tien van de familie van August Grünholz, inclusief hijzelf. De overige drie personen zijn familie van Pawo Winterstein, van wie zijn opa en oma en een tante werden vermoord.
Pawo was in 2020 aanwezig bij de onthulling. Na al die jaren stond hij nog steeds met een bedrukt gevoel op de plek waar zijn familieleden in de Tweede Wereldoorlog waren afgevoerd, zo vertelde Pawo aan een verslaggeefster van Omroep Brabant. Er werd in het item van Omroep Brabant overigens niet gesproken over de aanwezigheid van directe familie van August bij de onthulling. Dat kon ook eigenlijk niet. Er was namelijk simpelweg niemand om hierover te vertellen. De gehele directe familie van August was tijdens de oorlogsjaren volledig uitgemoord.
Terug in de tijd: Sinti en Roma in Den Bosch
Vele eeuwen reisden Sinti en Roma in de omgeving van Den Bosch. Zij trokken rond in tenten of verbleven in herbergen, schuren, hooibergen of vergelijkbare slaapplaatsen en maakten graag muziek. Op momenten dat ze langer in Den Bosch verbleven kwamen de Bosschenaren graag naar het ‘zigeunerkamp’ om zich te vermaken met de muziek en de volksdans van de Sinti en Roma. Begin twintigste eeuw werden er regels afgekondigd om de mobiliteit van de Sinti en Roma te beperken. Zo werden personen die niet de juiste papieren konden overleggen zonder pardon het land uitgezet. Ook waren ze aangewezen op door de regering ingestelde woonwagenkampen.
Rond 1920 ontstond in Den Bosch het eerste kamp voor permanente bewoning, kamp ‘Het Stortje’. In 1932 werd land ten noorden van de stad bouwrijp gemaakt. Dit gebied was zo ver van de stad gelegen, dat het door Bosschenaren 'Siberië', ofwel 'De Siep', werd genoemd. Hier kwam een nieuw woonwagenkamp met dezelfde naam en ‘Het Stortje’ werd opgeheven. Door het ontstaan van nieuwe woonwijken werden er ook scholen gebouwd. In een van de scholen kwam een apart klasje voor Sinti en Roma kinderen.
Reisverbod
Tijdens de Tweede Wereldoorlog kregen Sinti en Roma en andere groepen woonwagenbewoners nog meer beperkende maatregelen opgelegd. In juli 1943 kwam er een reisverbod en moesten zij in een van de ruim 25 verzamelkampen gaan wonen. Paarden en een deel van de bezittingen werden in beslag genomen. ‘De Siep’ in Den Bosch was één van de aangewezen verzamelkampen.
August Grünholz (1926) leefde toen reeds op ‘De Siep’, samen met zijn vader, Heinrich Weiss (1893) en broer Carl Grünholz (1916). De moeder van het gezin, Juliana Maria Grünholz (in 1890 geboren in Duitsland), was drie jaar na de geboorte van August overleden. Carl Grünholz was voor de oorlog met Maria Steinbach (1912) getrouwd. Zij hadden samen zes kinderen: Maria, Sophia, Helena, Anna, Heinrich en Johanna.
Zigeunerrazzia
Vroeg in de ochtend van 16 mei 1944, de dag van de grote razzia op Sinti en Roma in Nederland, omsingelden Nederlandse SS’ers samen met de plaatselijke politie het woonwagenkamp in Den Bosch. Omdat het hen niet duidelijk was wie Sinti en Roma waren en wie niet, vond er een selectie plaats op basis van onder meer huidskleur. Er werden 51 mensen opgepakt en naar het station gebracht waar de trein naar Westerbork al klaar stond.
Kort na aankomst in Westerbork werden 33 personen weer vrijgelaten, omdat zij in bezit waren van een buitenlands paspoort. De overige 18 gingen op 19 mei 1944 op transport naar Auschwitz, waaronder August Grünholz. In Auschwitz werd August tewerkgesteld en een paar maanden later, op 1 augustus 1944, geselecteerd voor transport naar het concentratiekamp Mittelbau-Dora.
In zowel het hoofdkamp als de vele subkampen van Mittelbau-Dora moesten gevangenen zware arbeid verrichten zoals het graven van tunnels voor de wapenproductie. Velen bezweken door de onmenselijke leef- en woonomstandigheden. Er was bijvoorbeeld onvoldoende kleding voor de lage temperaturen, slecht en weinig eten en vele gevangenen werden gemarteld en mishandeld door de SS. Een overlevende vertelt:
“De arme kerels, die zonder uitzondering extra voeding nodig hadden om hun aftakeling te boven te komen, stierven van honger. Geheel naakt lagen ze onder hun deken op het einde te wachten. Is er iets gruwelijker dan de volkomen eenzaamheid, waarin deze ongelukkigen afscheid namen van het leven?”
Tot de slachtoffers van Mittelbau-Dora behoort ook August Grünholz. Hij bezweek op 26 februari 1945 in kamp Ellrich.
De familieleden die tegelijk met August uit Den Bosch afgevoerd werden, te weten zijn vader en het gezin van zijn broer Carl, overleefden de oorlog evenmin. Heinrich Weiss en Carl Grünholz werden beiden eveneens in kamp Ellrich vermoord. De vrouw en kinderen van Carl werden op 3 augustus 1944, kort na het vertrek van de mannen, vermoord in Auschwitz, toen een grote groep Sinti en Roma de gaskamers werd ingedreven.
Meer informatie
Dit verhaal werd geschreven door Yvonne Vos in het kader van het Nationaal Programma Herdenking Vervolging Sinti & Roma.
Bron afbeelding: Erfgoed 's Hertogenbosch